< >

Een nieuw Kunstgebit

De vorm van een tandeloze kaak blijft niet hetzelfde. De onderkaak slinkt doorgaans 4x zo hard als de bovenkaak. Wij spreken dan van resorptie.

Hierdoor lijkt het dat het kunstgebit te groot wordt. In de onderkaak is dat dus erger dan in de bovenkaak.

Mensen met een kunstgebit klagen dan ook meer over de pasvorm van de onderprothese dan van de bovenprothese.

Ook slijtage van de tanden en kiezen en/of de kunsthars (het rose van het gebit) kan aanleiding zijn om voor een nieuwe prothese te kiezen.

De eerste oplossing voor een slecht passend kunstgebit is de  'rebase', ook wel opvulling genoemd. Hierbij wordt uw prothese opgevuld met kunsthars. Hierdoor ligt de prothese goed aan en zit dan weer strak om de kaak.

Is de prothese té versleten of past de prothese absoluut niet meer in het gezichtsbeeld dan kunt u een nieuwe prothese aan laten meten.


De afdruk

Eerst moet er een afdruk van de kaken worden gemaakt. Dat gebeurd met alginaat. Dit is een rose afdrukmateriaal met een pepermuntsmaak, die na 2 minuten hard is.

Deze afdruk wordt uitgegoten in gips (zie foto links) en geeft de globale vorm van de kaak weer.

 

 

Hierop wordt een lepel gemaakt om een precisieafdruk te maken. Dit gebeurd met een paars afdrukmateriaal. 

De precisieafdruk geeft een exacte weergave weer van de kaak.

De randen zijn gevormd en de definitieve binnenkant van de nieuwe prothese ligt vast.


Vormgeven

Op dit 'precisie-model' wordt een vormpje gemaakt in de vorm van het kunstgebit. Hierop wordt met was (kaarsvet) een kaakwal gemaakt die in de mond wordt aangepast. Deze waswal geeft de nieuwe vorm van de kaak weer.

Als alles goed is kunnen de tanden op de waswallen worden geplaatst.

Afhankelijk van de grootte van de tandboog, maar ook afhankelijk van de wensen van de patiënt  worden tanden gekozen. Tanden zijn er in allerlei vormen en kleuren.

Na de tanden volgen de kiezen. 

De kiezen worden zo opgesteld dat ze de kauwfunctie optimaal kunnen invullen. De tandtechnicus kan met een z.g. articulator de kauwbewegingen nabootsen om zo de goede plek voor de kiezen te kunnen vinden.

De pasprothese is klaar en de patiënt kan komen passen.


Kunstgebit klaar

De pasprothese is een loszittend vormpje met tanden en kiezen.

De patiënt kan zo een indruk krijgen hoe de prothese eruit komt te zien.

Er wordt gekeken of de kiezen goed op elkaar komen en of de patiënt met de prothese kan praten en niet slist.

De pasvorm kan niet worden beoordeeld!

Is alles goed dan wordt de prothese 'geperst'. Het model wordt in een gipsmal ingebracht en al het roze 'model-materiaal' en was wordt van het model gesmolten. Het 'roze' wordt nu vervangen door kunsthars. De kunsthars wordt met grote druk in het model geperst.

De gips wordt kapot gemaakt en de prothese is klaar. 

Na het polijsten van het kunstgebit, kan deze bij de patiënt worden geplaatst.


Basis verzekering

Een kunstgebit wordt voor 75% vergoed uit de basisverzekering. Dit betekent dat de patiënt 125 euro zelf moet betalen.

Heeft men een aanvullende tandartsverzekering, dan wordt, bij de meeste zorgverkeringen, de resterende 125 euro hieruit betaald. Zo blijft er nagenoeg niets over van de 'eigen bijdrage'.

Wel dient u rekening te houden met uw eigen risico voor ziektekosten.